Agrarische ondernemer: Roep om recht!

Agrarische ondernemers zijn niet vogelvrij. Ook provinciale overheden moeten hun rechten respecteren en mogen daarop niet lichtvaardig inbreken. Ondernemers moeten massaal de gelegenheid grijpen om bij provinciebestuurders hun bedenkingen te uiten tegen het op slot zetten van geitenhouderijen. De rechtsstaat geldt ook voor boeren!

Na het ingrijpende fipronil-schandaal hangt agrarische ondernemers nog meer onheil boven het hoofd. Nu zijn geitenhouderijen de klos. Verschillende provincies, waaronder Gelderland, broeden op een verbod op uitbreiding van geitenhouderijen. Net als bij de fiprionil-affaire vormt de volksgezondheid aanleiding voor rigoureuze maatregelen. Op zich begrijpelijk. Wie is er nu niet zuinig op zijn gezondheid? Bovendien behoort het borgen van de volksgezondheid tot de kerntaken van de overheid. Resoluut optreden verdient op zichzelf een pluim.

Niet alleen de geitenhouders worden rechtstreeks geconfronteerd met provinciaal beleid. Ook agrarische ondernemers met een niet grondgebonden bedrijfsvoering (intensieve) veehouderij moeten op hun tellen passen. Wij zien in de dagelijkse adviespraktijk dat de uitwerking van bijvoorbeeld het Gelders Plussen Systeem grote gevolgen kan hebben voor ontwikkelmogelijkheden van veehouderijen. Het kan maar zo zijn dat uw plannen passend zijn binnen gemeentelijk beleid maar dat deze provinciale verordening het ineens onmogelijk maakt en er een streep door uw plannen gaat. Ook hieruit blijkt dat de invloed vanuit de provincie steeds groter wordt.

Tegelijkertijd mag van de overheid zorgvuldigheid en consistentie worden verwacht, evenals respect voor bestaande rechten. Hier zien we een zorgelijke trend. Publiciteit over mogelijke gezondheidsrisico’s leidt steevast tot maatschappelijke onrust. We leven in een samenleving waarin risico’s nauwelijks worden geaccepteerd. Het is logisch dat een overheid daarop reageert. Overheidsoptreden dient echter wel proportioneel te zijn, toegesneden op de ernst van de risico’s. Juist van de overheid mag je verwachten dat zij haar kalmte bewaart, rust brengt en onnodige schade voor de sector voorkomt.

Nuchter en proportioneel overheidsoptreden is ook geboden als het gaat om de gezondheidseffecten van geitenhouderijen. Ook hier geldt dat met de volksgezondheid geen loopje mag worden genomen. Prima dus dat met een extra kritische blik wordt gekeken naar de mogelijke uitbreiding van geitenhouderijen in onder meer Gelderland en Brabant. Tegelijkertijd mag ook hier gevraagd worden naar rationele afwegingen.

Rechtszekerheid
Als één enkel gezondheidsonderzoek plotseling kan leiden tot ingrijpend adhoc-beleid, waarbij bedrijven op slot worden gezet, is er iets mis met de rechtsbescherming waarop ondernemers recht hebben. Temeer nu er over deze maatregelen geen uitvoerig overleg is geweest met de sector. In dat overleg had aan de orde kunnen komen, dat het opmerkelijk is dat juist geitenbedrijven een relatief lage emissie van fijn stof en endotoxines hebben. Dat roept op z’n minst vragen op over het precieze oorzakelijke verband tussen de bedrijven en het voorkomen van bepaalde gezondheidseffecten. Bovendien is Brabant Gelderland niet, bijvoorbeeld als het gaat om het aantal geitenhouderijen dat beide provincies bergt. En waarom kunnen andere, lopende onderzoeken niet worden afgewacht?

Daarbij komt dat een standstill voor de betreffende bedrijven erg ingrijpend is. Zeker als dit voor langere tijd geldt. Is het niet mogelijk om een standstill op te leggen wanneer de verbanden rondom volksgezondheid met zekerheid gelegd kunnen worden? We zien vaak dat bedrijven die uitbreiden ook investeren in de nieuwste duurzame technieken. Maatwerk is geboden. Het is goed om te beseffen dat er zonder mogelijkheden van uitbreiding doorgaan geen ruimte is voor verduurzaming. Een standstill opleggen zorgt dus niet voor een schonere lucht. Voor al dit soort inhoudelijke afwegingen is nauwelijks tijd genomen.

De nu voorgestelde aanpak van geitenhouders vertoont gelijkenis met de Wet veedichte gebieden. Deze wet stuurt slechts op aantallen dieren die een agrariër mag hebben. Hoe minder dieren, hoe minder vervuiling, zo luidt de redenering. Inhoudelijk klopt deze redenering niet. Waarom zou je nog investeren aan minder uitstoot als je toch niet meer dieren mag houden? Maar nog kwalijker is dat te nonchalant wordt omgesprongen met bestaande rechten van bedrijven. Bedrijven worden met één pennenstreek op slot gezet. De geitenhouders hangt eenzelfde lot boven het hoofd.

Het breed aantasten van bestaande rechten van agrarische ondernemers, op grond van incidenten, lijkt steeds normaler te worden. De rechten van burgers schijnen onaantastbaar, terwijl rechten van agrariërs naar believen kunnen worden beknot. Zo mogen wij niet met onze rechtsstaat omspringen.
Deze trend herken ik vooral in het optreden van provincies. Gedreven door een enkel verontrustend onderzoek, zonder veel overleg met betrokkenen, worden provinciale verordeningen over de sector uitgerold. Dit leidt tot niet-consistent beleid wat funest is voor het ondernemersklimaat. Ondernemers missen een heldere provinciale lange termijnvisie waarop ze hun toekomstplannen kunnen baseren.

Oproep
Tegen de huidige provinciale handelwijze moet krachtig en breed protest worden aangetekend. Heel concreet kunnen ondernemers vanaf 20 september hun bezwaren schriftelijk indienen door middel van een zienswijze. Daarna is er nog een mogelijkheid om op 29 november in te spreken tijdens de commissievergadering RLW. Dit alles onder voorbehoud van het verloop van het proces. Passief afwachten kan niet. De rechten van agrarische ondernemers dienen gerespecteerd te worden. En als in de belangenafweging een keus moet worden gemaakt voor de volksgezondheid dient een royale compensatie van de geleden schade op z’n plaats te zijn.

Wat we nodig hebben zijn bestuurders die niet alleen weten hoe het is om met de laarzen in de blubber te staan, maar die tevens de rechten van agrariërs net zo hoog aanslaan als die van gewone burgers. Daar vaart iedereen wél bij!

Terug naar nieuws
Nieuws
Meer nieuws