Besluit emissiearme huisvestingssystemen landbouwhuisdieren

Met ingang van 1 augustus 2015 zijn de maximale emissiewaarden voor ammoniakemissie uit nieuwe stallen verder aangescherpt. Bij nieuwbouw na 1 juli moet voldaan worden aan het nieuwe Besluit huisvesting. Dit heeft gevolgen voor de rundvee- pluimvee- én varkenshouderij. Voor pluimveehouders gelden er nu  naast maximale emissiewaarden voor ammoniak, ook normen voor fijn stof. Tegelijkertijd met het in werking treden van dit nieuwe Besluit huisvesting  is de nieuwe Regeling ammoniak en veehouderij in werking getreden. Wat dit concreet betekent? Lees dat hieronder.

Waarom een nieuw Besluit huisvesting?
In het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) worden maatregelen genomen om de hoeveelheid ammoniak in Nederland met 10 kiloton te verminderen. Het nieuwe Besluit huisvesting is een van deze maatregelen. De fijn stofnormen voor de pluimveehouderij zijn enerzijds opgenomen om de overschrijding van de fijn stofwaarden in verschillende delen van Nederland terug te dringen en anderzijds vanwege het mogelijke verband tussen fijn stof van dieren en de overdracht van endotoxinen, kortom voor de volksgezondheid dus. Vorig jaar, rond deze tijd, lag het ontwerpbesluit ter inzage. Wij hebben daar -met medewerking  van een aantal klanten- zienswijzen op ingediend.  Een aantal van de punten die wij aandroegen zijn overgenomen en heeft het Besluit ten positieve gewijzigd.

Alleen van toepassing op nieuwbouw of vergaande verbouw
De strengere normen gelden alleen  in het geval u een nieuwe stal gaat bouwen, of een stal grondig gaat verbouwen of uitbreiden. Voor bestaande stallen blijven de oude normen gelden (van het vorige Besluit). Voor beperkte uitbreidingen van bestaande stallen is het mogelijk dat ook de oude normen blijven gelden. Aan het eind van dit artikel vindt u daarover meer informatie.

Bestaande, nog niet gerealiseerde, vergunningen of lopende aanvragen
Heeft u een omgevingsvergunning (bouwvergunning) liggen, maar de stal nog niet gebouwd? Dan heeft u tot 1 oktober 2016 de tijd om deze te bouwen, zonder dat deze nieuwe stal hoeft te voldoen aan de eisen uit het nieuwe Besluit huisvesting. Had u op 1 juli 2015 een (ontvankelijke) aanvraag om omgevingsvergunning lopen of lag deze nog ter inzage? Dan krijgt u vanaf de dag dat de vergunning onherroepelijk is geworden 15 maanden de tijd om de stal te bouwen volgens de oude eisen.

Biologische veehouderij uitgezonderd (behalve biologische melkveehouderij)
Wilt u een stal bouwen voor het biologisch houden van dieren? Dan is het nieuwe Besluit huisvesting niet van toepassing , tenzij het gaat om biologische melkveehouderij. De biologische melkveehouderij is niet uitgezonderd, omdat emissiearme huisvesting van biologisch melkvee geen conflicten oplevert met welzijnseisen. Bij de pluimvee- en varkenshouderij kan dat wel het geval zijn, vandaar dat die uitgezonderd zijn.

Gevolgen voor de melkrundveehouderij
Tot 1 juli 2015 gold dat melkveehouders die hun vee weidegang gaven geen emissieverlagende technieken hoefden te installeren. Vanaf 1 juli is dat niet meer toegestaan. Nieuwe stallen die aangevraagd worden, moeten voldoen aan de strengere emissiewaarde. Bij  uitbreidingen van bestaande stallen gelden een aantal bijzondere bepalingen. Verderop vindt u hierover meer informatie.

In 2018 vindt een verdere verscherping van de maximale emissiewaarde plaats. Dit komt doordat er op dit moment nog veel proefmetingen plaatsvinden van nieuwe vloeren en andere technieken. De verwachting is dat er in 2018 voldoende betaalbare alternatieven zijn die voldoen aan een strengere norm.

Tegelijk met de inwerkingtreding van het Besluit huisvesting zijn ook de emissiefactoren in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) gewijzigd. Naar aanleiding van praktijkmetingen zijn de emissiefactoren voor alle stalsystemen verhoogd en is het onderscheid tussen beweiden en niet-beweiden verdwenen. Let op: dit houdt niet automatisch in dat permanent opstallen is toegestaan. Overigens geeft het nieuwe Besluit huisvesting wel duidelijkheid op dit punt voor wat betreft stallen die in gebruik zijn genomen voor 1 april 2008. Daar geldt het Besluit niet voor en dus kunnen melk- en kalfkoeien permanent opgestald worden in die stallen.

Tot slot geldt het Besluit ook niet voor vrijloopstallen. De definitie van vrijloopstal is een stal zonder ligboxen, met een zachte vochtdoorlatende of -absorberende vloer waarbij het totale oppervlak minimaal 10 m2 per dier bedraagt. De reden waarom het Besluit huisvseting niet geldt voor dit type huisvesting is dat de overheid de ontwikkeling van deze stallen niet in de weg wil lopen.

Gevolgen voor de vleeskalverhouderij
Vanaf 2020 is ook de vleeskalverhouderij aan de beurt. Een stal die na 1 januari 2020 wordt gebouwd moet worden voorzien van een emissiereducerend systeem. Wellicht ten overvloede: bestaande stallen hoeven niet te worden aangepast, tenzij ze drastisch verbouwd worden.

Als gevolg van het wijzigen van de Regeling ammoniak en veehouderij zijn de emissiewaarden van vleeskalveren gewijzigd. Produceerde een traditioneel gehouden vleeskalf tot kortgeleden 2,5 kg ammoniak per jaar, nu is dat 3,5 kg. Dat heeft gevolgen voor het bestaand recht en mogelijkheden van uw bedrijf.

Gevolgen voor de varkenshouderij
Bij gespeende biggen en vleesvarkens had het hokoppervlak per dier gevolgen voor de hoogte van de emissiefactor. Dat onderscheid is in de gewijzigde Regeling ammoniak en veehouderij verdwenen. Dat heeft gevolgen hebben voor het berekenen van het bestaande ammoniakrecht. Of dat positief of negatief uitvalt is per bedrijf verschillend en is afhankelijk van de verleende vergunning.

Voor varkensbedrijven die onder de IPPC-richtlijn vallen (meer dan 750 zeugen of 2000 vleesvarkens) geldt dat de normen bij nieuwbouw in 2020 verder worden aangescherpt. De reden hiervoor is dat de sector tijd wordt gegeven om in die periode nieuwe emissiearme stalsystemen te ontwikkelen.

Het Besluit geldt niet voor bedrijven met die vergaande welzijnsverhogende maatregelen treffen (meer ruimte binnen en evt buitenuitloop). Dit is het segment tussen gangbaar en biologisch, grofweg: keurmerkvlees met 2 en 3-sterren.

Gevolgen voor de pluimveehouderij
Ammoniak

Voor opfokhennen, vleeskuikenouderdieren in opfok en voor vleeskalkoenen gelden nu geen maximale emissiewaarden. Bij aanvragen voor nieuwbouw gaan nu wel maximale emissiewaarden gelden. De maximale emissiewaarde voor opfokhennen is vastgesteld op 110 gram ammoniak. Dit staat gelijk aan wat in de boerenvolksmond “niveau varia” wordt genoemd, een huisvestingssysteem dat per 1 juli (eindelijk) in de Regeling ammoniak is opgenomen. Vanaf 2020 gaat de norm voor opfokhennen IPPC-bedrijven (bedrijven met meer dan 40.000 stuks pluimvee) naar 51 gram. Ook voor (groot) ouderdieren van vleeskuikens in opfok is een maximale emissiewaarde van 183 gram opgenomen. Voor vleeskalkoenen gaat een maximale emissiewaarde van 490 gram gelden, tot 2020 geldt die eis alleen voor nieuw te bouwen stallen met mechanische ventilatie.

Voor legkippen is de maximale emissiewaarde van 125 gram teruggeschroefd naar 68 gram. Dat betekent in de praktijk dat volièresystemen altijd met beluchting moeten worden uitgevoerd. De maximale emissiewaarde voor vleeskuikens is verlaagd naar 35 gram.

Fijn stof

Wat vooral ingrijpend is, is dat voor nieuwe pluimveestallen een maximale emissiewaarde voor fijn stof is opgenomen. Om aan de maximale emissiewaarde te kunnen voldoen moet een pluimveehouderij vaak nog meer aanvullende maatregelen nemen dan dat bijvoorbeeld nodig is voor ammoniak. Bijvoorbeeld bij nieuwbouw voor legkippen in een volièresysteem zal minimaal een warmtewisselaar geïnstalleerd moeten worden en dan ook nog eens een extra grote (1 m3 lucht per dierplaats). Een andere optie is het plaatsen van een droogtunnel. Bij nieuwbouw voor vleeskuikens zal ook minimaal een warmtewisselaar met een capaciteit van 1 m3 lucht per dierplaats geïnstalleerd moeten worden. Voor de relatief kleine sectoren kalkoenen- en vleeseendenhouderij gelden bij nieuwbouw ook maximale emissiewaarden voor fijn stof, zij het tot 2020 alleen bij mechanisch geventileerde stallen.

Algemeen: uitbreiden van bestaande stal
Wilt u een bestaande stal met maximaal de helft uitbreiden? Dan kan de gemeente toestaan dat het reeds aanwezige huisvestingssysteem wordt doorgezet, ook al voldoet dat systeem niet aan de normen van het nieuwe Besluit. Dit omdat zich situaties voordoen waar het redelijkerwijs niet mogelijk is om dan aan de nieuwe eis te voldoen. Dit wordt grijs gebied en kan verschil opleveren tussen gemeenten / omgevingsdiensten. Nb. deze mogelijkheid geldt niet voor uitbreiden van stallen voor melk- en kalfkoeien die zijn gebouwd vóór 1 april 2008.

Wil u meer informatie?
Heeft u vragen of wilt u weten wat de gevolgen zijn voor uw bedrijf? Neemt u dan contact op met Robert Kamphuis of Sjaak van Schaik. Zij zijn bereikbaar via telefoonnummer 0342-474255.

Terug naar nieuws
Nieuws
Meer nieuws