Programmatische aanpak stikstof; onze eerste ervaringen

Op 1 juli 2015 was het zover; de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) trad in werking. Voor een aantal ondernemers betekende dit een harde deadline om nog snel voor die tijd een aanvraag om Natuurbeschermingswetvergunning (NBW-vergunning) in te dienen. Maar het betekende ook voor veel ondernemers dat er eindelijk weer mogelijkheden kwamen om een NBW-vergunning te kunnen krijgen voor hun bedrijf.

Wat zijn onze eerste ervaringen met de PAS? Julia van Wijk vertelt.

‘Ruimte creëren voor economische ontwikkelingen, het versterken van de natuur en het verminderen van de stikstofbelasting; dat zijn doelen van de PAS. Door de landelijke ammoniakuitstoot uit de agrarische sector te verlagen, onder andere door het nieuwe Besluit huisvesting, ontstaat er ruimte voor de individuele ondernemer. Circa 56% van de emissiedaling komt weer ten goede aan de agrarische bedrijfsontwikkeling.’

‘Gelukkig is er weer ontwikkelingsruimte gekomen. Lange tijd was het bijna onmogelijk om nog te groeien als agrarisch bedrijf, omdat het erg lastig was om een NBW-vergunning te krijgen. Met het in werking treden van de PAS lijkt hierin verandering te zijn gekomen. We zijn er dan ook volop mee aan de slag gegaan. Per 1 juli zijn er alleen al door ons kantoor vele tientallen aanvragen en meldingen ingediend. Het meldingensysteem is nieuw in het Natuurbeschermingsrecht. Het komt er op neer dat als een bedrijf een zeer beperkte ammoniakuitstoot heeft en onder een bepaalde drempelwaarde blijft, kan worden volstaan met een melding en dan is er geen vergunning nodig.’

Melding versus vergunning
‘Een belangrijk verschil tussen een melding en vergunning is dat een melding inhoudelijk niet wordt beoordeeld door de provincie. Die verantwoordelijkheid ligt bij de ondernemer. Een bedrijf valt onder de meldingsplicht wanneer de totale ammoniakdepositie van de gewenste situatie onder de drempelwaarde van 1 mol blijft. De provincie kan de drempelwaarde verlagen als er te veel ammoniak op een Natura 2000-gebied wordt uitgestoten. Voor verschillende gebieden is dat inmiddels het geval. Op het moment van het schrijven van dit artikel zijn dit negen gebieden in Nederland (Van Oordt’s Mersken, Alde Feanen, Duinen Ameland, Duinen Schiermonnikoog, Rijntakken, Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek, Dreunse Peel & Mariapeel en Veluwe). Voor deze gebieden is de drempelwaarden van 1 mol verlaagd naar 0,05 mol. Zit een bedrijf hierboven dan wordt het bedrijf vergunningplichtig. Er zal dan een vergunning aangevraagd moeten worden. Anders dan bij een melding wordt een vergunningsaanvraag welvolledig beoordeeld en vindt er besluitvorming plaats door de Gedeputeerde Staten.’

Maximale uitbreidingsmogelijkheden
‘Zoals gezegd lijkt de PAS uitbreiding mogelijk te maken. Hiervoor is ontwikkelruimte gereserveerd. Er zit aan een uitbreiding een aantal belangrijke voorwaarden. Zo mag er niet meer ontwikkelruimte dan 3 mol worden toegekend, gerekend ten opzichte van de reeds NBW-vergunde of feitelijk
gehouden (2012-2014) veebezetting. Belangrijk om te beseffen is dat de hoeveelheid depositie die een agrarisch bedrijf uitstoot zeer afhankelijk is van de ligging. Is een bedrijf dicht tegen een Natura 2000-gebied gelegen, dan zal deze 3 mol veel sneller bereikt zijn dan wanneer een bedrijf op kilometers afstand gelegen is.’

Realisatietermijn
‘Dit vind ik erg belangrijk om te noemen: wanneer er een melding wordt gedaan voor een bedrijfsuitbreiding door het bouwen van een nieuwe stal, dan geldt daar een realisatietermijn van twee jaar voor. Als er alleen sprake is van het houden van meer dieren in een bestaande stal, dan is de termijn slechts drie maanden! Dit is wettelijk vastgelegd. Sommige provincies trekken deze lijn echter ook door voor de vergunning. Voor bedrijven die uit willen breiden en hiervoor ontwikkelruimte aanvragen is deze termijn zeer belangrijk. Het is namelijk verplicht om de uitbreiding binnen twee jaar te realiseren. Mocht dit niet lukken dan wordt de NBW-vergunning mogelijk na twee jaar (deels) ingetrokken en vloeit de ontwikkelruimte terug in de provinciale pot.’

Wettelijke verplichting
‘Als laatste wil ik de boeren nog op het hart drukken het belang van een NBW-vergunning niet te onderschatten. Het is een wettelijke verplichting en financiers vragen er ook regelmatig om. Niet alleen is de vergunning of melding nodig bij een uitbreiding. Ook wanneer er niets gebeurt, is het bijna altijd verplicht om een melding of vergunning in huis te hebben. Veel agrarische ondernemers hebben daarom al de keuze gemaakt om de bestaande rechten in een NBW-vergunning vast te leggen of om gebruik te maken van de ontwikkelruimte. Maar we komen nog steeds bedrijven tegen die dit niet geregeld hebben. Hebt u dit nog niet geregeld? Doe dit dan alsnog. Op dit moment is het namelijk nog relatief eenvoudig om een vergunning te krijgen of een melding te doen. Ook is er nog ontwikkelingsruimte beschikbaar. Besef daarbij dat de ontwikkelruimte wordt uitgegeven op basis van volgorde van indienen van de aanvraag. Haastige spoed is dus goed!’

Hebt u vragen? Neem dan contact op met Julia van Wijk of een van onze andere adviseurs.
Kantoor Barneveld: 0342-474255
Kantoor Lichtenvoorde: 0544-379737

Terug naar nieuws
Nieuws
Meer nieuws