Uitspraak Hof van Justitie over Programmatische Aanpak Stikstof (Update)

Het zal u niet ontgaan zijn dat het Hof van Justitie van de Europese Unie afgelopen woensdag een belangrijke uitspraak heeft gedaan over de PAS. De media stonden er vol van. Middels dit bericht praten wij u bij over de gevolgen van deze uitspraak.

 

 

Waarom doet het Europese Hof van Justitie een uitspraak
In december 2015 zijn Natuurbeschermingswetvergunningen verleend voor veehouderijen. Bepaalde organisaties konden zich niet vinden in die vergunningen en hebben daarom beroepszaken aangespannen bij de Raad van State, het hoogste adviesorgaan van Nederland. Deze organisaties doen dat omdat de verleende vergunningen voor een toename van stikstofuitstoot zorgen, wat slecht zou zijn voor natuur die door Europese wetgeving beschermd wordt (Natura2000 gebieden). De organisaties stellen dat de Europese wetgeving verkeerd is verwerkt in Nederlandse regelgeving. De zaken werden in het voorjaar van 2017 bij de Raad van State behandeld. Om een goed oordeel te kunnen vormen heeft de Raad van State besloten om “prejudiciële vragen” aan het Hof van Justitie van de Europese Unie te stellen. Daarmee is uitspraak over die beroepszaken uitgesteld, in afwachting van wat het Europese hof zou gaan uitspreken. Overigens zal de Raad van State bij haar oordeel niet alleen de uitspraak van het Hof van Justitie gebruiken, maar ook de informatie die de minister en provincies verstrekken.

Wat zegt de uitspraak van het Europese Hof van justitie?
Kort samengevat beschrijft het 26 pagina tellende arrest dat de PAS niet volledig voldoet aan de Europese regelgeving. De systematiek van de PAS is erop gebaseerd dat de stikstofuitstoot in Nederland daalt en dat Nederland in natuurgebieden aan de slag gaat om ze beter tegen stikstof bestand te maken. De daling van stikstof komt onder andere doordat de veehouderijsector verdergaande maatregelen treft, denk aan toepassing van luchtwassers of andere emissiearme huisvestingssystemen. Het beter bestand maken van de natuur tegen stikstof doet men bijvoorbeeld door de waterstand te veranderen in natuurgebieden of bijvoorbeeld door afplaggen van heiden, op deze manier krijgen voor stikstofgevoelige planten beter de kans om zich te ontwikkelen. Nederland heeft besloten om de helft van de winst die we behalen weer terug te geven voor economische ontwikkeling, dus bijvoorbeeld voor de uitbreiding van veehouderij, maar ook voor uitbreiding van industrieterreinen, woonwijken, weg- en waterbouw, etc. Dat teruggeven van de winst doet men door “ontwikkelingsruimte” beschikbaar te stellen. Het Europese Hof oordeelt o.a. dat de beoogde positieve effecten van de maatregelen onvoldoende onderbouwd zijn. Anders dan het systeem nu is ingericht, mogen de positieve effecten niet eerder worden “ingezet” nadat deze onomstotelijk zijn vastgesteld. Dat is het lastige van de zaak. Hoe kan Nederland dat voldoende wetenschappelijk onderbouwen?
Daarnaast behandelde het Europese Hof van Justitie de vraag of je voor het beweiden van je dieren en het uitrijden van mest ook een vergunning nodig hebt. Nederland heeft namelijk een algemene uitzondering van de vergunningplicht gemaakt voor het beweiden van vee en bemesten van het land. Het Hof oordeelde dat Nederland niet zomaar zo’n uitzondering kan maken en stelt dat er per situatie gekeken moet worden of er sprake is van een vergunningplicht voor beweiden en bemesten.

Gevolgen vergunningverlening
De vraag is nu wat het advies van het Hof betekent voor de hedendaagse vergunningverlening? De Raad van State zet de behandeling van de twee, in mei 2017, geschorste zaken nu voort. De Raad van State geeft aan ernaar te streven om in het eerste kwartaal van 2019 een zitting te houden. Andere beroepszaken (dat zijn er inmiddels meer dan 400) die zijn aangehouden in verband met de vragen, worden daarna afgehandeld. De bovenstaande vraag kan op dit moment daarom niet worden beantwoord: daarvoor is daadwerkelijk een uitspraak van de Raad van State nodig. Met de uitspraak van de Raad van State kan ook de hele PAS buiten werking worden gesteld, dat is nu nog niet het geval. Vergunningaanvragen kunnen nog steeds worden ingediend. Echter: naar verwachting zullen provincies anticiperen op de in 2019 verwachte uitspraak. Zo geven diverse provincies inmiddels aan “de tijd te nemen” om het advies te beoordelen en dan ook de komende dagen niet te beschikken op vergunningen aangaande de Wet natuurbescherming. Of de vergunningverlening al dan niet vroegtijdig tot stilstand komt zal de aankomende tijd verder duidelijk worden. Houdt onze website in de gaten voor de meest actuele informatie.

Gevolgen ontwikkelingsruimte
In de PAS is vastgelegd dat niet alle ontwikkelingsruimte in één keer zou worden uitgegeven. De eerste 60% werd vanaf 1 juli 2015 vrijgegeven, de overige 40% zou op 1 juli 2018 worden vrijgegeven. Doordat deze beroepszaken lopen en niet duidelijk is wat de uitkomst zal zijn hebben de provincies besloten om de resterende ontwikkelingsruimte niet op 1 juli 2018 vrij te geven en zullen dat naar verwachting voorlopig nog niet gaan doen. De provincies wachten hiervoor de uitspraak van de Raad van State in het eerste kwartaal van 2019 af.

Gevolgen verleende vergunningen
Heeft u een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (of zijn voorganger “Natuurbeschermingswet 1998”), en loopt hierover geen beroepszaak bij de Raad van State of Rechtbank, dan is er vooralsnog niets aan de hand. Loopt er wel een beroepszaak over uw vergunning dan kan daar pas wat over gezegd worden als de Raad van State uitspraak heeft gedaan. Mochten de afgegeven vergunningen vernietigd worden en de PAS onderuit gaan dan verwachten wij dat doormiddel van nieuwe wet- en regelgeving de PAS gerepareerd wordt om zodoende te voorzien in een oplossing voor de vernietigde vergunningen.

Tot slot
Houdt u onze website in de gaten voor de meest actuele informatie. Mocht u tussentijds vragen hebben, neemt u dan contact op met een van onze adviseurs.

Terug naar nieuws
Nieuws
Meer nieuws